Oudhollandse wandtegels

Inleiding en determinatie

De Historische Vereniging Barendrecht (HVB) heeft een grote hoeveelheid interessante bodemvondsten in haar collectie. Uit verschillende tijdperken zijn (fragmenten van) voorwerpen in de bodem gevonden, die duiden op bewoning en/ofgebruik van het land. Vooral cultuur-historisch interessant. Bij de aanleg van Park Buitenoord bijvoorbeeld of in de Zuidpolder, is de bodem doorzocht naar archeologisch materiaal. Ook bij andere (bouw-) projecten kwamen opmerkelijke vondsten "boven water". In sommige boerderijen waren oude wandtegels als isolatie of opvulling gebruikt tussen muren en vloeren, die bij verbouwingen werden ontdekt (bijv. Hoeve Christina, Westerhoeve).

Links fragment Koedood; rechts Park Buitenoord
Links fragment Koedood; rechts Park Buitenoord

Aan de Korte Koedoodsedijk kwamen rijke sporen uit de grond van een voormalige boerderij in het bezit van onze ambachtsheer Abraham van Beveren. En dat omdat de toenmalige eigenaar van de grond onze amateurs liet zoeken, voordat hij de wei zou omploegen en inzaaien! Het kwaliteitsverschil van deze vondsten ten opzichte van die van Park Buitenoord is opmerkelijk.

De opgravingen ten tijde van de bouw van Carnisselande gebeurden onder strikte wettelijke en archeologisch wetenschappelijke voorwaarden door professionals van BOOR. Bij BOOR worden dan ook de meeste bodemvondsten beschreven en bewaard. Die voorschriften bestaan nog steeds met als gevolg dat de HVB recent minder vondsten binnen krijgt. Tijdens grondwerkzaamheden heeft Ton Blinde destijds BOOR regelmatig zijn waargenomen vindplaatsen gemeld. Hij heeft namens de HVB de hele bouw gevolgd en daarbij ook vondsten verzameld.

Sporen uit het verleden
Sporen uit het verleden

Deze pas op de plaats geeft de vrijwilligers van de HVB werkgroep bodemonderzoek de tijd en ruimte om de bestaande collectie onder de loep te nemen. De mooiste en meest interessante bodemvondsten zijn al diverse malen beschreven en geëxposeerd onder leiding van Corrie Ratsma. Zij maken nu deel uit van de permanente tentoonstelling "sporen uit het verleden" op het zoldertje van "D' Ouwe School". Ondersteund door informatiepanelen geeft deze tentoonstelling een helder overzicht. Voor wie geïnteresseerd is in meer details liggen er mappen vol achtergrondinformatie. Via het centrale secretariaat kunt u altijd contact opnemen met een van onze specialistische vrijwilligers.

De collectie is echter veel groter. En al die bodemvondsten moeten opgemeten, gedateerd en beschreven worden. We willen weten wat er allemaal gevonden is, hoe oud de vondsten zijn en zo mogelijk waar ze zijn gemaakt. Doel is een uitgebreide catalogus op te zetten met de belangrijkste informatie, die bij voorkeur via een pc-database is te raadplegen. Dat dit een intensieve en tijdrovende klus is, zal voor iedereen duidelijk zijn.

Een omvangrijk en gedetailleerd archief is eerder door Corrie Ratsma aangelegd, ook werd ondersteunende literatuur aangeschaft. Dit archief is echter nog lang niet volledig en dus blijft er genoeg onderzoek te doen. In 2011 vroeg Corrie Linda Hagendijk de werkgroep te komen versterken en onder haar begeleiding inzicht te krijgen in alle verzamelde vondsten en informatie.

Begonnen werd met de Oudhollandse wandtegels, omdat dat een beperkt en inzichtelijk deelgebied is van de collectie. Nadat naslagwerken zijn doorgenomen om vertrouwd te raken met de geschiedenis en productie van de wandtegels, is een aanzet gegeven de wandtegels te dateren en te beschrijven. Al doende ontstond er een verhaal over het gebruik en het verzamelen van wandtegels dat leuk is om te vertellen. Met interessante exemplaren om dit verhaal te illustreren. In de vitrine voortijdelijke exposities op ons zoldertje wordt dit verhaal verteld.

De kennis voor het maken van (vloer-) tegels komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. Zij verspreidt zich via Zuid-Europa verder naar het Noorden. Tegelmakers uit Antwerpen nemen hun ambacht en kapitaal mee als ze op de vlucht slaan voor de Spanjaarden; vooral na de val van Antwerpen in 1585. Op die plaatsen waar de basisgrondstof (klei) en vervoer over water gemakkelijk en overvloedig voor handen is en brandstof en producten gemakkelijk via water zijn te vervoeren, ontstaan werkplaatsen; allereerst in Haarlem, daarna o.a. ook in Rotterdam en Harlingen (Dam, J.D. van (1988)).

Voorbeeld van doorlopende patronen
Voorbeeld van doorlopende patronen

Wanneer rond dezelfde tijd in de steden houten huizen moeten plaatsmaken voor minder brandgevaarlijke stenen woningen komt de vraag naar wandtegels opzetten. De wandtegels zijn gemakkelijker schoon te houden dan witgekalkte muren en beschermen ook tegen de tocht. De afbeeldingen zijn eerst ornamentaal van karakter en vormen grote tableaus van doorlopende lijnen en vormen. Later zien we o.a. tegels met krijgshaftige soldaten en ruiters in oorlogstijd, en tegels met oranje appeltjes of de kleur oranje toegepast als heimelijke steun aan het Huis van Oranje. Althans zo gaat een legende.

De Nederlandse werkplaatsen leggen zich meer en meer toe op het vervaardigen van deze wandtegels, verfijnen het productieproces en komen tot alom geprezen en veelgevraagde unieke kunstnijverheid.

Rijker tegel links, soberder rechts
Rijker tegel links, soberder rechts

Als in de 17e eeuw ook het platteland meer welvarend wordt, komt er ook hier vandaan meer vraag naar wandtegels (Dam, J.D. van (1988). De gewenste afbeeldingen zijn echter soberder en de kwaliteit wat goedkoper. Als de mode in de stad verandert, ijlt het platteland nog na.

Tableaus in Nossa Senhora van Nazaré, Lissabon
Tableaus in Nossa Senhora van Nazaré, Lissabon

Ook voor de export worden veel wandtegels gemaakt met aangepaste beschilderingen. Vooral de uitgebreide tegeltableaus zijn in Zuid-Europa in trek (Joliet. W.).

Een voorbeeld van dergelijke tableaus is te vinden in de bedevaartskerk Nossa Senhora van Nazaré in Lissabon. Deze tableaus uit het leven van Jozef in Egypte werden in 1709 in Amsterdam besteld en speciaal voor de Portugese markt vervaardigd (Kamermans, J. (2013).

Wanneer door de handel het marmer en behang beschikbaar komen voor de welgestelde burgerij, worden veel tegelwanden gesloopt. Het gebruik beperkte zich toen (en ook nu nog!) tot de keuken en de badkamer. Andere bevolkingsgroepen volgen dit voorbeeld op eigen wijze na.

Het sloopafval werd soms hergebruikt als isolatie- en/of opvulmateriaal en zo jaren later weer teruggevonden. Bij grote volkshuisvestingsprojecten begin 1900 kwamen opeens grote hoeveelheden wandtegels tevoorschijn met een grote variatie in afbeeldingen. Met een levendige verzamelwoede en handel tot gevolg. Ook musea legden een verzameling aan en de eerste catalogi werden geschreven, gevolgd door uitgebreide studies.

Voorbeelden van moderne tegeltoepassingen
Voorbeelden van moderne tegeltoepassingen

Hoewel het verzamelen van en de handel in Oudhollandse wandtegels bijna stil ligt, is de vorm nog steeds in gebruik in de souvenirhandel. Vlak naast de klompen en de tulpen!

De collectie van wandtegels van de HVB wordt nu onder de loep genomen, om vast te stellen om welke tegel het gaat, hoe oud die is en zo mogelijk door welke fabriek of schilder hij gemaakt is.

In grote lijnen geldt: hoe dikker de tegel hoe ouder het exemplaar is. Ook de afbeeldingen op zich kunnen ons veel vertellen over de datering. De veelkleurige afbeeldingen worden vervangen door het bekende blauwwit onder invloed van het Chinees porselein.

Gaat het aanvankelijk om uitgebreide ornamenten, later worden deze ingeruild voor plaatjes van mensen, dieren, bloemen en landschappen met (steeds kleiner) versierde hoekjes

Nieuwe ontdekkingen van exotische planten en dieren verspreiden zich o.a. door het naschilderen van flora- of faunatekeningen op wandtegels. Aanvankelijk meer schematische impressies van bloemen (li) en later meer details in de bloem (mi).

Zelf deden we ook een nieuwe ontdekking. Nooit geweten dat de bekende drietulp die op vele wandtegels voorkomt écht bestaan heeft en inmiddels is uitgestorven (Killian, K. (1994). Altijd gedacht hier te maken te hebben met een artistieke impressie! De tulp is ook na de tulpomanie in het begin van de 17e eeuw een populair onderwerp gebleven voor wandtegels en andere kunstnijverheid. Uiteindelijk is de tulp een symbool geworden voor de Hollandse identiteit.

Voor stad en platteland verschilde de afbeelding op de tegel, de wijze van schilderen en de kwaliteit van het schilderen. De vitrines op het zoldertje tonen mooie voorbeelden! Of onze omgeving ook zo sterk zou verschillen met de steden Dordrecht en Rotterdam als door van Dam (1988) gesteld, is nog niet bekend.

Elke tegelwerkplaats heeft haar eigen schilders in dienst die op eigen wijze bekende afbeeldingen uitwerken. Hieraan zijn ze (soms) te herkennen. De werkplaats Tichelaar in Makkum was de laatste en produceerde tot maart 2013(!) nog steeds wandtegels. Op bestelling worden de Oudhollandse wandtegels nog wel gemaakt.

De verschillende naslagwerken zijn onmisbaar om iets zinnigs te vertellen over de wandtegels. De HVB heeft met een exemplaar van het bekende boek “Tegels” van Dingeman Korf (zowel 1959 3e druk als 1979 7e druk) een compleet overzicht met gedetailleerde illustraties. Verder zijn boeken uit de collectie van Corrie Ratsma en eigen boeken geraadpleegd. Aan de hand van beschrijvingen van de tegels in deze boeken is een concept cataloguskaart gemaakt, die de basis vormt voor de gedigitaliseerde database. Ook de reeds vastgelegde gegevens op de archeologische indexkaarten van de opgravingen zijn hierin verwerkt. Sommige gegevens zijn één op één over te nemen. Voor de beschrijving van andere tegel (-fragmenten) moeten we nader onderzoek doen. Een digitale foto en uniek identificatienummer completeert de kaart.

Op dit moment vormen de bijbeltegels een afgebakend gedeelte van de collectie wandtegels, die als eerste in deze database zullen worden opgenomen. Het systeem kan op deze manier worden geëvalueerd en zo nodig verfijnd.

Het moge vanzelfsprekend zijn dat dit werk een voortzetting is van al het werk dat al eerder door vrijwilligers is begonnen en ook hierna nog door weer anderen zal worden bijgewerkt. Op deze wijze hopen we het archief bodemonderzoek sterker te verankeren in de basis van de Historische Vereniging Barendrecht en toegankelijk te houden voor de geïnteresseerde bezoeker.

Linda Hagendijk, mei 2014

Bibliografie

  • Dam, J. v. (1988). Nederlandse Tegels. Utrecht/Antwerpen: L.J. Veen B.V.
  • Jager,I. de., & Schadee, N. red. (2009). Tegels uit Rotterdam 1609-1866. Aprilis.
  • Joliet, W. (2013, januari). Rotterdamse bijbeltegels in het museum begijnhuisje te Brugge. Opgeroepen op 2013, van tegels-uit-rotterdam.com: www.tegels-uit-rotterdam.com/begijnhof.html
  • Jonge, C.H. de. (1978 2e druk). Nederlandse Tegels. Amsterdam: H.J.W. Becht.
  • Kamermans, J. (2013). het TEGEL boek, hoogtepunten uit het Nederlands Tegelmuseum. Waanders.
  • Killian, K. (1994, 17 dec.). Bloeiende bloemen op historische tegels. NRC
  • Korf, D. (1969). De tegelverzameling Nanne Ottema in Het Princessehof te Leeuwarden. Lochem: "de tijdstroom".
  • Korf, D. (1979, 7e druk). Tegels. Haarlem: de Haan.
  • Lunsingh Scheurleer, D.F. (1966). De verzameling tegels in het rijksmuseum "Zuiderzeemuseum" te Enkhuizen. Drukkerij Posthuma.
  • Philadelphia Museum of Art. (1984). Dutch tiles in the Philadelphia Museum of Art. Philadelphia Museum of Art.
  • Pluis, J. (1993). Bijbeltegels. Tegel 21, pp. 38-39. 
  • Pluis, J. (1994). Bijbeltegels, Bijbelse voorstellingen op Nederlandse wandtegels van de 17e tot de 20e eeuw. Münster: Ardey-Verlag.
  • Pluis, J. (2013). De Nederlandse Tegel. Decors en benamingen 1570 -1930. Leiden: Primavera Pers.
  • Schaap, Ella B. (1994). Bloemen op Tegels in de gouden eeuw, van prent tot tegel. Amsterdam: Becht
  • div. red. Tegel, jaarboekje van de stichting Vrienden van het tegelmuseum IT NOFLIK STË. Nr. 5 (1975); nr.9 (1982), nr.12 (1984), nr. 21 (1993).